Wageningen, The Netherlands
January 21, 2026
Wheat yields in north-west Europe have remained largely stable for many years, even though the crop itself still has room to produce more. Research by Wageningen University & Research (WUR) shows that this yield plateau cannot be explained by climate change or by the genetic potential of modern varieties, but is mainly linked to on-farm management. The research was published in the scientific journal Nature Food.
The study combines experiments and farm-level data from the Netherlands with crop modelling to better understand why yield growth has levelled off since the 1990s. The analysis examines the respective contributions of genetic progress, historical climate change and on-farm management practices.
A region with stable yields
North-west Europe is a major wheat-growing region, with more than 10 million hectares of wheat cultivated each year. Until the mid-1990s, yields increased steadily, by an average of around 120 kilograms per hectare per year. After that, growth slowed and yields in many countries stabilised at roughly 7 to 9 tonnes per hectare. For a long time, the causes of this trend were unclear.
Genetic progress continues
Official variety trials show that plant breeding has continued to deliver yield gains even after the mid-1990s. Between 1994 and 2016, genetic progress averaged 74 to 84 kilograms per hectare per year. Modern wheat varieties have a longer grain-filling period and use light slightly more efficiently. This indicates that, in north-west Europe, no genetic yield ceiling had yet been reached during this period.
Historical climate supports yields
Historical climate change also appears not to have constrained yields over the period studied. Using a crop model, researchers simulated the effects of climate change while keeping genetics and management constant. The results show that climate change has so far contributed positively to yield growth, adding between 26 and 60 kilograms per hectare per year. This benefit is mainly linked to higher CO₂ concentrations and more light during grain filling, due to earlier flowering. The study does not draw conclusions about the impact of future climate extremes.
Management plays a key role
Because both genetics and climate still offer scope for yield growth, the analysis points to agronomic management at farm level as a major factor behind the lack of further yield increases. This refers to operational and tactical decisions on crop rotation, cultivation practices and soil management. The contribution of management was derived indirectly, as the gap between actual farm yields and the yield gains that can be attributed to genetics and climate change. On this basis, an estimated 67 to 114 kilograms per hectare of potential yield increase remains unused each year.
In this region, water and nitrogen management do not appear to be strongly limiting factors. Instead, the results point to intensive crop rotations with a high share of economically attractive root and tuber crops, and the associated risks of disease pressure and soil compaction, as factors that can slow yield growth in practice. Such rotations increase pressure on soils and crop health, and make it more difficult to manage wheat in a timely and optimal way.
Other management choices under the spotlight
The findings suggest that further yield improvements should not primarily be sought in water or nutrient supply, but in other aspects of management, such as the design of crop rotations, soil management and related cultivation choices. At the same time, the researchers stress that higher yields must always be weighed against economic feasibility and production within environmental limits.
Overall, the study makes clear that under the conditions examined, the potential for wheat production in north-west Europe continues to grow, but that further progress is strongly linked to management choices on farms.
Agronomic management drives the wheat yield plateau in high-yielding environments of northwest Europe
WUR-onderzoek ziet mogelijkheden voor hogere tarweopbrengsten in Noordwest-Europa
De tarweopbrengsten in Noordwest-Europa zijn al jaren stabiel, terwijl het gewas zelf nog ruimte heeft om meer te produceren. Onderzoek van Wageningen University & Research (WUR) laat zien dat dit opbrengstplateau niet wordt verklaard door klimaatverandering of door de genetische potentie van moderne rassen, maar vooral samenhangt met het management op het agrarische bedrijf.
De studie combineert experimenten en praktijkgegevens uit Nederland met gewasmodellen om beter te begrijpen waarom de opbrengstgroei sinds de jaren negentig is afgevlakt. Daarbij is gekeken naar de bijdrage van genetische vooruitgang, historische klimaatverandering en management op het boerenerf.
Een regio met stabiele opbrengsten
Noordwest-Europa is een belangrijke tarweregio, met jaarlijks meer dan 10 miljoen hectare tarwe. Tot halverwege de jaren negentig namen de opbrengsten gestaag toe, met gemiddeld circa 120 kilo per hectare per jaar. Daarna vlakte de groei af en bleef de opbrengst in veel landen rond een stabiel niveau van ongeveer 7 tot 9 ton per hectare. De oorzaken van deze ontwikkeling waren lange tijd niet eenduidig vast te stellen.
Genetische vooruitgang zet door
Uit officiële variëteitsproeven blijkt dat veredeling ook na het midden van de jaren negentig opbrengstwinst blijft opleveren. In de periode 1994–2016 bedroeg de genetische vooruitgang gemiddeld 74 tot 84 kilo per hectare per jaar. Moderne tarwerassen hebben een langere graanvullingsperiode en benutten licht iets efficiënter. Dat wijst erop dat in Noordwest-Europa in deze periode nog geen genetisch opbrengstplafond is bereikt.
Historisch klimaat werkt mee
Ook historische klimaatverandering blijkt over de onderzochte periode geen beperkende factor te zijn geweest. Met behulp van een gewasmodel simuleerden onderzoekers het effect van klimaatverandering, waarbij genetica en teeltpraktijken constant werden gehouden. De resultaten laten zien dat klimaatverandering tot op heden juist heeft bijgedragen aan opbrengstgroei, met 26 tot 60 kilo per hectare per jaar. Deze positieve bijdrage hangt vooral samen met hogere CO₂-concentraties en meer licht tijdens de graanvulling, als gevolg van een eerdere bloei. Het onderzoek doet geen uitspraken over de invloed van toekomstige klimaatextremen.
Beheer speelt een sleutelrol
Omdat zowel genetica als klimaat nog ruimte bieden voor opbrengstgroei, wijst de analyse erop dat het agronomische management op het bedrijf een belangrijke rol speelt bij de niet verder toenemende opbrengstniveaus. Daarmee worden de dagelijkse keuzes bedoeld rond de gewasrotatie, teelt en bodem. De bijdrage van beheer is indirect afgeleid, als het verschil tussen de gerealiseerde landbouwopbrengsten en de opbrengstwinsten die aan genetica en klimaatverandering kunnen worden toegeschreven. Op basis daarvan blijft jaarlijks naar schatting 67 tot 114 kilo per hectare aan toename in potentiële opbrengst onbenut.
Water- en stikstofbeheer blijken daarbij in deze regio geen sterk beperkende factoren. De resultaten wijzen vooral op intensieve vruchtwisselingen met veel, economisch aantrekkelijke, wortel- en knolgewassen, en daarmee samenhangende ziekten en bodemverdichting, als factoren die de opbrengstgroei in de praktijk kunnen afremmen. Zulke bouwplannen vergroten de druk op bodem en gewasgezondheid en maken het lastiger om tarwe tijdig en optimaal te beheren.
Andere beheerkeuzes in beeld
De onderzoeksresultaten laten zien dat verdere opbrengstverbetering niet in de eerste plaats moet worden gezocht in water- en nutriëntenvoorziening, maar in andere aspecten van het management, zoals de inrichting van de vruchtwisseling, bodembeheer en daarmee samenhangende teeltkeuzes. Tegelijk benadrukken de onderzoekers dat hogere opbrengsten altijd moeten worden afgewogen tegen economische haalbaarheid en productie binnen milieugrenzen.
De studie maakt duidelijk dat het potentieel voor tarweproductie in Noordwest-Europa onder de onderzochte omstandigheden blijft groeien, maar dat verdere vooruitgang in sterke mate samenhangt met dagelijkse beheerkeuzes op bedrijven.
Lees het wetenschappelijke artikel:
Agronomic management drives the wheat yield plateau in high-yielding environments of northwest Europe